23
Jul
10

Onfeilbaarheid – (H)ART #67

‘Dominium Mundi’. Een overtuigende documentaire van de Franse filosoof Pierre Legendre over de nieuwe globaliserende religie van het westen: het management. Met o.a een werk van Hiëronymus Bosch als uitgangspunt toont hij hoe de managmentgedachte afkomstig van het westerse christendom, zich in de wereld heeft verspreid als een nieuwe religieuze droom. Efficiënter dan alle kruistochten en revoluties ervoor.

Luc en de vrienden wisselen van gedachten over: wie heeft er belang bij om ‘les ennemis de la vérité’ opnieuw uit te vinden? Het katholicisme had ervan gedroomd de wereld te veroveren, en ziehier een wereld volledig onderworpen aan de dogma’s van het management.

Mijn vriend Luc zit met een probleem: zijn dochter wil artiest worden. Tussen ‘de intimi’, op de geëigende plaats aan de toog, gaan de gesprekken hun gang. Eigenlijk is het probleem recent geaffineerd tot de vraag: is school lopen in ‘een gespecialiseerde Art Management instelling’ een garantie dat je ooit artiest wordt? De mening (1974) van beeldend kunstenaar/fotograaf Walker Evans op  het onderwijs? “Eerst en vooral vertel ik hen (de leerlingen) dat kunst niet kan onderwezen maar wel gestimuleerd worden. Na het opruimen van enkele hinderpalen kan door een getalenteerde leraar een atmosfeer worden gecreëerd die eventueel als aanzet dient voor een artistieke actie. Voor de rest … ”

Niets wordt onverlet gelaten om het doel ten koste van alles te bereiken, zo blijkt uit de rake en verzorgde cinemafotografische beelden en heldere tekst. Het “empire du management”, dictatuur zonder dictator, heeft culten gecreëerd (techniek, wetenschap en economie). “Het geglobaliseerde management botst finaal op de onvermijdbare vraag: kan men de tradities, de religies, de geest van de mensen kopen en ze converteren in marktobjecten?” vraagt filosoof Pierre Legendre  zich in de filmcommentaar af.

Produceren, consumeren, overvloed. De economie is ‘la nouvelle raison de vivre’ geworden. Maar betekent het automatisch dat het management de menselijk passie en culturele invulling tot in het uiterste hoekje van de wereld  naar zijn hand kan zetten? Het enige dat de mens in koers houdt is dat artistieke creativiteit, de basis van het kunstenaarschap, niet kan aangeleerd worden. De poging om dit structureel toch te verankeren in het kunstonderwijs en dito administratieve wereld is niets anders dan een manoeuvre om een systeem op te dringen dat de mentale zuurstof aan banden moet leggen. De ‘onfeilbaarheid’ van het management, zo laat de film uitschijnen, neemt te dikwijls morbide trekjes aan. Economisten en managers? Nog nooit is hun aantal zo indrukwekkend geweest. Nooit eerder waren de maatschappelijke problemen zo angstwekkend en bedreigend. Tijd om zo vlug mogelijk het ondernemerschap in ere te herstellen?

28
May
10

Nanny – (H)ART #66

Als de verrassing groot is verloopt het kijken in stilte. Meteen voelen plaats en omgeving  vergankelijk aan.  Zoiets als: ‘.. hier is mijn enig elders..’  (Samuel Beckett).

Het is bekend. Met regelmaat vindt de fotografie een inherent onderwerp op straat. De confrontatie met de intrigerende menselijke typologie in ‘het landschap’ van de stad  aangaan en onverwachte dingen die gebeuren een plaats geven. Een streven dat in het werk van een onbekende maar intrigerende fotografe op een tentoonstelling in het Deense Århus werkelijkheid wordt.

Twintigduizend negatieven. Duizend filmrollen met 12 tot 14 beelden elk. Een intact (?) maar niet gerangschikt archief. De zoektocht leidt algauw naar een gereserveerde jonge Franse vrouw die in het begin van de jaren 1930 naar de States kwam. Ze keek in uitstalramen van winkels en spiegels voor het nemen van haar zelfportretten. Een Rolleiflex camera rond haar nek. Volgens de schaarse bronnen waren de straten van New York en Chicago in de jaren ‘50 en ‘60 haar werkterrein. Een ongehuwde vrouw, socialiste, feministe en filmcriticus die soms mannenkledij droeg en als nanny werkte in Chicago.

Foto. New York(?). Een avenue, grotendeels in de schaduw van de flatgebouwen. Inktzwart. Op de stoep, in het zonlicht aan de andere kant van de straat, een postbus met een tekst op de opstaande wand. Alsof elke afwasbeurt mislukte, transparant grijs. Een graffiti boodschap: men must change or die. Het felle zwart-wit contrast legt op het ‘straatsculptuur’ een vreemd accent. Een aura lijkt het wel. De constellatie, die door de ‘ready made van de postbus’ mee wordt bepaald, tilt de foto naar een merkwaardig kunstzinnig niveau.

Met een aangeboren nieuwsgierigheid wordt op de tentoonstelling in andere, uitsluitend zwart-wit foto’s, gefocust op enerzijds mensen die sociaal, economisch en in zekere zin cultureel uit de band springen. Of anderzijds op posities die mensen innemen op plaatsen waar je ze niet verwacht. Zoals in een foto waar twee werelden op een sprekende manier elkaar ontmoeten. Op een schutting die je eerder bij een ranch zou verwachten, zitten op de rug bekeken twee uitgedoste zwarte mannen met slappe hoed die over een braakliggend terrein naar de nabije stad kijken. Contemplerend of kritisch commentariërend? Het is een echte ontmoeting met mensen voor de camera die even aanwezig zijn als de persoon achter de camera. Haar shots geven bij het eerste oogcontact de indruk van een grote mentale duurzaamheid. Je ziet de generositeit die achter de werken zit en je denkt: dat is ‘t. Het is honger naar het leven. Gedreven en geobsedeerd. En vooral, het gaat niet over ‘de’ waarheid maar wel over essentie. Neen, geen foto’s maken van mensen om je eigen angsten en zwakheden te herkennen. Iedereen willen zijn behalve jezelf, zoals in de overigens geniale  portretten van Diane Arbus (1923-1971). Hier is integendeel de inzet belangrijk, ingaan op de lokroep van de straat, voortdurend foto’s nemen die aan niemand worden getoond. Anoniem. Fotografie zelf de ruimte laten scheppen waarin je vooral de leegte een neus wil zetten. Bij elke shot zuurstof opdoen om Vivian Maier (1926-2009)  te kunnen zijn.

04
May
10

Meloneley – (H)ART #65

Een seismograaf die de schokken in de wereld voelt en in beeld brengt. Aan zet is beeldend kunstenaar Thomas Schütte.[1]

‘Innocenti’. Een reeks zwart-wit foto’s. Betekenisloze suikergoedgezichten. Portretten van Italiaanse staatslui ooit betrokken in corruptiezaken.[2] Ietsje verder. Relatief laag tegen de grond. Een cirkelvormig stalen ‘podium’. Vanuit een ongewone gezichtshoek voelt het aan als een buiten proporties gemaakte maquette. Centraal, bronzen beelden van magnaten, uit een in onbruik geraakte maatschappij. Aan elkaar geketend door hun ideologieën.[3] En nog. Op een andere plaats, een tekst met bengelend een strop ervoor.

WENN ALLE STRICHE REISSEN HÄNG ICH MICH AUF

Op het eerste gezicht afschrikwekkend, bij nader toezien zelfbespottend. In een doorgedreven kritisch discours toont hij op een dikwijls ironische manier dat ‘de civilisatie even fragiel is als het leven zelf.’ (Paul Valéry) Hij stelt vragen bij hoe het komt dat men uniformiteit wil zien als identiteit. Daartegenover plaatst hij beeldend een risicovolle verscheidenheid waarbij het visuele spel met onverwachte verhoudingen een niet onbelangrijke rol krijgt toegeschoven. Zoals overigens in andere gebieden van het culturele gezicht van onze tijd is de fragiele grens tussen werkelijkheid en fictie in deze  paranoïde wereld nooit veraf. Neem nu de makers van onze tv- programma’s. Met een flinke dosis populisme ‘slagen’ ze erin politieke debatten, spelprogramma’s, ‘praatkermissen’, kortom ongeveer alles dat bij ons op de beeldbuis komt als fictie te doen ervaren. Is er dan geen programma dat met tegengewicht tot de verbeelding spreekt? Toch wel! Kijk maar eens naar ‘Phara’ zonder dat de klank opstaat.

Net voor ik de trein opstap stuurt mijn vriend Luc een krantenbericht.[4]“More Americans are going hungry in hard times… according to a new study by Feeding America. The study found that 37 million people —roughly one in eight Americans— had sought emergency food assistance last year, a 46 percent increase from 2006.” Het behoeftige individu iedere dag meer geïsoleerd in de maatschappij, een beklemmende  leidraad in het oeuvre van Thomas Schütte. Net zo beangstigend als de stukken meloen in  tekeningen en installaties van zijn MELONELY project.


[1] Retrospectieve Thomas Schütte Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia Madrid, 17.02 – 17.05.2010

[2] Innocenti, 1994
From a series of 31 b/w photographs
75 x 50 cm

[3] Grober Respekt 1993/94   131x450x550  staal en brons

[4] New York Times, Hungry in America, February 9, 2010

26
Apr
10

Broedeieren – (H)ART #64

Op de trein. Verzonken in het boek “De managementmythe” van Matthew Stewart. Studenten in art management en andere ‘business’ worden opgevoed om als enige verplichting het eigenbelang na te jagen. “Het sterkt hen in de overtuiging dat alles wat legaal is moreel juist is.”, schrijft de auteur.

Ligt hier in de brede zin van het woord hét knelaspect van het culturele gezicht van onze tijd? Plukken we nu al de rottende vruchten van een (kunst)onderwijs dat meer gericht is op training dan op scholing? De ontwikkeling van het verstandelijk vermogen staat exponentieel in de schaduw van een blind functioneel streven.

Masterstudies beeldende kunst volbracht. Hoofddoel? Zo vlug mogelijk onderdak bij een verkoophuis afdwingen want daar worden de krenten in het deeg gegooid. Is hier iets verkeerd mee? Nee, ware het niet dat het meestal conditionerend werkt voor de afgestudeerde en zijn verdere creatieve ontwikkeling. Ondertussen zijn de voorbeelden van een geconstrueerde kunstenaarsambitie, zonder vorming van een gedegen visie, legio. Ontgoochelingen ontkrachten heel vlug de mythe.

Die mythe wordt daarenboven gevoed door een commerciële eenzijdige berichtgeving. “New York, waar Belgen vlot verkopen” zo lees ik in De Standaard. Nee, we hebben niets tegen het verkopen van kunst. De commerciële eenzijdige berichtgeving is, zoals zo dikwijls als het over beeldende kunst gaat in de media, echter kenschetsend. Spijtig, onaanvaardbaar en kortzichtig. De lezer blijft op zijn honger zitten en heeft geen boodschap aan netwerken journalistiek. Een verhelderende pagina over het inhoudelijke draagvlak van de afgebeelde werken zou zinvol en relevant kunnen zijn. Ook voor de zogenaamde leek. Waardoor schilderijen van Michaël Borremans en Luc Tuymans die onder de illustraties met de natte vinger als topwerken worden geduid, op hun geloofwaardigheid kunnen worden ingeschat.  Zo komt het mercantiele, als het over kunst gaat, waar het thuis hoort: op de tweede plaats. En werken we met ons allen aan een consequentere perceptie.

De oefening die Matthew Barney met zijn gefilmd Cremaster epos heeft gemaakt kan hierbij een flinke steun betekenen. Hij liet er immers geen twijfel over bestaan: onze wereld drijft op een vaak schaamteloze manier op dé broedeieren van het management: netwerken, controle en macht. Commercieel succes mag dan voor de kunsthandel een wapen in een machtstrijd zijn, het heeft in veel gevallen met relevantie op termijn weinig te maken.

30
Mar
10

Onvanzelfsprekende vanzelfsprekendheden – de kunstenaar Mirjam de Zeeuw

…Het ging Roland Patteeuw daarbij niet zozeer om mooie kunstobjecten, maar om het procesmatige: kunst als work in process. In het werk van Mirjam had hij terecht dit procesmatige herkend: de ontstaanswijze van de beelden – de wisselwerking met de plek, de omgeving – doet ertoe. Bij elk werk van Mirjam hoort een verhaal. Neem nu bijvoorbeeld het project ‘Locus Loppem’ (2005). Bij dit project werden veertig kunstenaars uitgenodigd om in Loppem een werk te maken. De ligging en de geschiedenis van de gemeente Loppem speelden daarbij een centrale rol…..

Dit artikel, geschreven door Ria van den Brandt verscheen in Speling #4 – 2009 – de volledige versie kan je hier downloaden: Onvanzelfsprekende vanzelfsprekendheden – de kunstenaar Mirjam de Zeeuw .
Meer info op www.speling.nl




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.